STORMLoop

STORMLoop BLOG

TOERIST IN EIGEN STAD
Zelden zo'n toffe en boeiende weekends beleefd als de voorbije twee in Herentals. Dit dankzij het kunstenparcours Stormloop. Dit is een evenement met veel facetten. Zo brengt het letterlijk kunst tussen de mensen. In kerken, kapellen, huiskamers, kelders, ateliers, serres, koffiebars, cafés en winkels geniet je gratis van kunst. Je ontdekt er de creatieve talenten van stadsgenoten en krijgt een verrassende blik in hun gevoelsleven. Verder is dit initiatief enorm verbindend.
Bezoekers en exposanten delen hun ervaringen. Je treft oude bekenden op je pad en praat even bij. Het kunstenparcours maakt van inwoners toeristen in eigen stad. Met een plannetje in de hand slenteren ze rond om nog onbekende locaties te ontdekken, om te verdwijnen achter oude geveltjes en rond te struinen in verlaten panden. De wat verdwaasde, routineuze pas van alledag maakt plaats voor een vertraagde toeristische tred, handen in de zakken en geïnteresseerd, open vizier. Zelden zoveel geamuseerde, ontspannen blikken gezien van mensen die rondwandelen of -fietsen in eigen omgeving.
Met veel dank aan de initiatiefnemers, de kunstenaars en de eigenaars die hun panden open stelden. Wat veel politici belijden, een 'warme samenleving', werd hier door creatieve burgers in praktijk gebracht. Een verstandig stadsbestuur steunt dit initiatief voluit. U kunt er dit weekend nog van genieten. En we kijken al uit naar de volgende edities, misschien nog iets diverser, met creatieve inbreng van inwoners uit andere landen en continenten.

door Bart Lamers 

DE MEISJES VAN OLYMPE

         

Een meisje voor een schoolbord
Een meisje in een boom
Een meisje in het washok
Meisjes uit een droom

 

Vier benen in een botsauto
Twee benen in de lucht
Opgetrokken benen
Dansersbenen dun van tucht

 

Lang haar dat hangt te hangen
En roos haar en ook blauw
’t hangt voor hun hoofd te hangen
Wie zijn die meisjes nou?

 

De meisjes van Olympe
Ze liggen opgekruld.
Geplooid, gebukt, gevouwen
En wachten vol geduld.

 

Tot Olympe ’t goed vindt
Verstillen ze voor haar lens
Zo’n meisje van Olympe
Dat is toch ieders wens.

 

door Jo Lamers - de meisjes van fotografe Olympe Tits bij Galerie Storm

FREE DANCE
Not an art form that has ever moved me.
It seems to me that it has no beginning, middle or end.
I find it hard to understand the story that is being told through movement.
Not that I don’t admire the talent and energy that the dancers project, it’s just not my thing.
Last weekend I had a chat with Geert Verbist about this, after I told him that I was not interested in the show BISE, that was being held in the Lompenfabriek, his face just dropped.
He could not comprehend the fact that I didn’t like Dance.
It was because he was so passionate in his defence of this art, that I agreed on going to the show on Saturday.
I also agreed to write down my thoughts before and after the show.
So, now I can’t wait till Saturday.
Didn’t think I would ever go to a dance show in my life.
How fast a chat at the bar, with a passionate dance lover can change things.
To be continued.
door David Neath
BABIES, MY FIRE WAS LIT

            

Terwijl stadsdichter Jef met zijn luie reet aan de Noordzeekust lag, kende Blogchef een uiterst druk Stormloopweekend. Tegelijk zag hij zaterdag het licht: zelden zoiets moois gezien. Wat dat is, spaar ik, kwestie van het opbouwen van een spanningsboog, op tot de laatste paragraaf.
Druk dat het was: enkele fijne optredens gezien -van de mooi ogende Arnhemse Stefanie Struyck (wat moet het heerlijk ruisen zijn in haar gewas!) over de grappige Stoomboot (inclusief zijn versie van de Zotte Morgen) tot heerlijke jazz bij Jan Goosens van JazzinThals (allen daarheen op Pinksteravond). Voorts de extase-collega's in de ontwijde kerk van Nieuwland bezocht (en hun werk danig geapprecieerd), keramiek zien maken op erotische danswijze (remember de film "Ghost"), de Chapelle onder de loep gehouden (en als wolf erg verlekkerd op de belichte schapen in het kapsalon) en de krotten van het Kerkplein bezocht. Ook hier, ik lieg zelden, straffe staaltjes kunst gezien, met, onder anderen, dank aan Kris De Pillecijn, Leda Vaes en fotograaf Dirk Wouters.
Voor de rest: meer afgewassen  in de Galerie Storm dan in mijn lange leven samen, vriendelijk proberen te zijn tegen de klanten (sorry voor de bloedneus, Ivo) en onder mijn alter ego Orvalman de plaatselijke horeca een beetje gesteund, wat zaterdagnacht gepaard ging met een intensieve psychologische begeleiding door Stormnummer Eén, Geert V.  Dank hiervoor, Biste, alsook voor je mooie lenticulaire opgeblazen foto's in de Bovenrij.
Ten bijna slotte: de heren van Diva Benini in het Gildenhuis met een bezoekje vereerd en er heelhuids en niet minder ongezond, maar alweer ferm onder de indruk weggegaan.
Volgt nu de beloofde laatste paragraaf. Op het einde van de georganiseerde zaterdagavond in de Sint-Waldetrudiskerk beland. Wat Blogchef daar zag, was Kunst met een wel zeer grote K. Wie er al geweest is, begrijpt dat ik zeg dat ik daar (na de dansvoorstelling van Min Hee Bervoets voor de tweede maal) het licht heb gezien. De kathedralen van licht -als kleurenblinde heb ik me laten vertellen dat die kleuren blauw en rood zijn - maken een dermate serene, sacrale en transcendentale indruk dat ik er gewoon geen woorden voor vind. Bij deze dus enkel: bedankt, Maestro Peter. Je bent van het goede licht gesneden (of is het gesnijderd?).

door Mark Eelen

                                                                       

            

            

HET KOPPIGE SLOT
Ik zat te wachten op de trappen van de Lakenhalle. Er was iets veelbelovends op komst. Dat had Stormram me via de telefoon gezegd. Ik moest er stante pede mijn suppoostpost op de boot voor verlaten. Nochtans was ik daar nog maar pas.
Het slot van het Boothuis blokkeerde. Dus geraakten we daar niet binnen. Met vereende krachten van ons en toevallige passanten gingen we het slot te lijf. Dat was nochtans amper groter dan het dagboekslot van een tiener. Er kwam een hamer en een koevoet aan te pas. We dachten dat de redding zou komen van ‘Ivo met de Slijpschijf’. Maar die had het te druk met belangrijker zaken. Dus hoopten wij op Christine, die voorbij fietste met haar kersenrood geverfde lippen. Haar lipstick zou volgens haar de redding brengen, want de sleutel had wat vet nodig. Ik weet hoe kostbaar lipstick is. Dus haalde ik mijn zonnecrème tevoorschijn. Die zat in mijn tas. Want het zou een zonnige dag worden op een boot. Maar ook dat vet was niet vettig genoeg en het slot bleef koppig gesloten.
Ondertussen had Bootbarman een ijzerzaag gevonden in Galerie Storm. ‘Wat een belachelijk botte zaag’, bulderde de toevallige passant die ons een knoestige hand toestak. Het was zo’n oude man die alles weet.
Bootbarman zaagde alsof het slot een honderdjarige eik was. Later vertelde hij me over zijn beroep als landschapsarchitect. De gensters sloegen om zijn oren en in zijn handen. Maar dat was niet erg, want onze eerste bezoekster was verpleegster.
Het slot gaf zich en brak. Bezweet, moe en afgepeigerd kropen wij in de buik van de boot. Klaar voor alweer een memorabele Stormloopdag.

door Jo Lamers 

DOCTOR LOVE

Iets veelbelovends dus. Dat had Stormram me via de telefoon gezegd en daarvoor had ik de boot vroegtijdig verlaten. Wat kon dat zijn?
Ik zat te wachten op de trappen van de Lakenhalle. HET liet wel op zich wachten. Dat maakte de spanning alleen maar groter. Toch effe bellen waar HET bleef. HET bleek Jef te heten en HET was momenteel in de Schoolstraat. ‘Sorry’, zei Jef, ‘het gaat traag met het machien’.
Ik had me ondertussen op het terras van De Zalm geposteerd. Want zo hoog op die trappen leek ik wel de attractie. Terwijl die natuurlijk van Jef moest komen.
En daar kwam hij. Jef bleek een doktersduo. De andere helft heette Gerlinde. Ze zagen er heel professioneel uit en heel geloofwaardig, in hun witte doktersjas. Het ging hun financieel ook voor de wind. Zoiets zie je meteen aan iemands schoenen. Die van Jef waren van goud. Gerlinde droeg beenverwarmers van wildedierenvacht.
Ook hun beider brillen getuigden van duur design in fluoplastic.
Terwijl ze hun praktijk opstelden strooiden ze kwistig ‘liefde’ in het rond. ‘Wij zijn verspreiders van de liefde’, riep dokter Jef. De kinderen waren verzot op de suikeren snoephartjes en ik kreeg er ook één.
Voilà, de liefdespraktijk stond er. De zoektocht naar het perfecte paar kon beginnen. Dat zou zich bevinden onder de terrasgangers van De Zalm. Dokter Jef en dokter Gerlinde waren uitgerust met de meest vooruitstrevende apparatuur: vouwmeters, stethoscopen aan koptelefoons, kartonnen zuurstofmeters en washandjes voor vanonder en vanboven. Want de ware liefde is op medische wetenschap gestoeld.
Terrasgangers werden accuraat onderzocht. ‘Zit u altijd zo?’ vroeg Gerlinde. De dame knikte ja. ‘Interessant’, zei de dokter en dacht daar diep over na. ‘Ik hoor een feestje van gisteren in uw binnenste’, zie dokter Jef. Dat hoorde hij door zijn stethoscoop.
Dokter Gerlinde gaf een man een groen washandje. Hij rook eraan. Hij rook ‘de schuif’ van zijn grootmoeder zei hij. ’Groen zijn de washandjes voor vanonder’, zei dokter Gerlinde en alweer verzonk ze in gepeins.
Na intens beraadslagen zoals alleen dokters dat kunnen, werd uiteindelijk de perfecte liefdesmatch gevonden en bezegeld. Die bezegeling verliep plechtig. Het nieuwe koppel besteeg een houten schavot en verdween achter een ‘drapperie’. Dokter Jef deed iets wat op langlaufen leek en het schavot draaide rond. Terwijl zong dokter Gerlinde een liefdeslied van jewelste. Het was een pakkend moment.

door Jo Lamers 

OVER ETALAGES EN KOFFIE
Wat doet een werkloze bijna-zestiger, zelf participant zijnde, op een Stormlooploze vrijdag? De vitrines en de koffiebars doen, begot, om eindelijk eens een deel van de locaties af te kunnen vinken.
Een ideale tip voor tijdens de week: met het T-traject (Bovenrij-Grote Markt-Hofkwartier-Zandstraat) bereik je met een minimale fysieke inspanning meer dan tien participanten.
Eerlijk gezegd voelde ik me een beetje God: Hij zag immers dat het goed was. In de etalage van een kinderwinkel in de Bovenrij prijkt werk van de Geelse Helena Nuyts (9,11,12)  fris, frivool en faunarijk. Dezelfde jongedame verzorgt ook een etalage in de Zandstaat. Opnieuw: goed (ge)werk(t). Nuyts werkt in de Wittestraat ook nog aan een graffiti-muur, maar dat was me een beetje te ver.
Vlakbij, op nummertje dertien van de Zandstraat, toont Eedith Mukagaga (36,37) uit Westerlo haar kunstjes: trompe l'oeils van eetwaren. Blogchef, niet bepaal bekend om zijn (zin voor) humor, monkelde even en vond het alweer straffe toebak..
Meer dan de moeite waard is het werk van Ellen Janssens, die een heel winkeltje in de Zandstraat heeft ingepalmd. In de voormalige parfumerie Janssens (toeval?) pakt Emmelart uit met knuffels, gommen en portretten van haar leerlingen uit de Academie. Vooral die laatste -monochroom en antiek ogend - maken indruk. Haar geheim wou Ellen niet onthullen, behalve dat er was mee gemoeid is.
Nog steeds in de Zandstraat ook mooie collages gezien van Laura van den Bruel (25, 26) : perfecte weergaves van de menselijke imperfectie. Het hadden er, superklein puntje van kritiek, wel wat meer mogen zijn.
Via puik keramiekwerk van Nil Boons (43) op de Grote Markt (nummer 14) en de muur van Sandra Verrijcken (67) -zeg nooit muur tegen fraai beschilderde bakstenen!- aan Galerie Storm belandde blogchef -niet verwarren met Stronthoekmoordjef- aan het duurdere werk; duurder, want in koffiehuisjes telkens gepaard gaand met een cappuccino. De foto's van Marjan van Thielen (44) in koffiehuis Gloria vonden Wij, eigenlijk ik, bepaald indrukwekkend, vooral de onderwaterbeelden die naar het abstracte neigen. Eveneens straffe koffie in Rij 62 met een beperkt aantal olieverfschilderijen van Bert Leysen (06). Ook de koffie smaakte er naar meer.
De laatste cappuccino die Stormloop mij kon schenken, werd opgeslurpt in, toeval bestaat niet, Koffiehuis Cappuccino, Exposanten daar zijn Corinne Paciorkowki en haar vriend Mark Jaspers (01). Je hoeft geen koffiedik te kijken om vast te stellen dat met name Corinne, met een half leven aan Academie-ervaring, grafische klasse vertoont.
Een weekdag Stormloop levert nog andere mogelijke etalagemomenten op, maar de werkloze portefeuille van ondergetekende én zijn oude stramme spieren konden geenb verdere straffe koffie meer aan. Zaterdag wacht immers weer een superdrukke Stormloopdag.
Nota van de organisatie, verder kan je ook tijdens de week bezoeken :
1. BERU in de spoorwegtunnel
30 + 38 Reinhilde van Grieken & Geert Verbist bij Juhla Bovenrij
32 Marie-Alice Boshoff & Christine Heylen Bolwerkstraat
41 Rudy Beckers in de bibliotheek
42 Musée Scholliers in de Sint-Jansstraat
45 Bruno Daems café De Max
78 Peter Getz de Harp in de inkomhal van het stadarchief augustijnenlaan

 

ROOK IN ONS HAAR

Op een doordeweekse donderdagavond in zo’n typisch stratige straat.
Een man zat achter de piano.
Hij had wat te verwerken. Een vriend had zichzelf gedood.
Dat moest er even uit. En wij mochten daarbij zijn.
Wij waren niet zo talrijk. Maar wel rijk dat we daar waren.
We zaten goed. Op zetels en stoelen die Jef had gemaakt.
Want we zaten in zijn atelier. Waar hij zetels en stoelen maakt.
Hij doet dat goed.
Toen zat daar nog een man. Zomaar ineens. Achter de piano.
En een andere man met een gitaar. Naast de piano.
En wij dronken parels en Viswijf. En taterden navenant.
We lazen elkaars gedichten. Over zomer en winter en wwwwerken.
Aan Stormloop. En Stormram stond recht en las voor. Dat kan hij dus ook. Dichten.
Pianoman sloeg op toetsen en beroerde.
Wij zaten daar goed in onze zetel.
Wij bleven daar zitten want James zat daar ook.
Met zijn baard en zijn gitaar en zijn allerlaatste liedjes
Die nooit de allerlaatste waren.
Zo zaten wij daar uren.
We luisterden en zongen en de man naast mij kon dat heel goed.
Vertrekken was lastig maar iets wat moet.
Huiswaarts in die stratige straat liepen wij.
Met rook in ons haar.

door Jo Lamers over Bart Boeckx in Musée Scholier op donderdag 16/5

JENNEKE SLAETS

Jenneke Slaets danste op zaterdag in Galerie Storm. Ze danste als een woeste orkaan en liet haar duivels alle hoeken van de galerij zien. Geen genade, kende ze, haar demonen moesten op de knieën, tegen de grond, overwonnen.
Ik ken niets van dans, en dat heb ik achteraf ook tegen Jenneke gezegd. Maar dat vond ze niet erg. Ik probeerde haar te begrijpen en ze liet me wat in haar ziel zien. Niet veel, daar is ze nog altijd een kunstenaar voor. Een jonge vrouw die aan haar eigen artistieke weg werkt, onder haar voorwaarden, volgens haar kwaliteitsnormen. Doordringend, maar zachtaardig.
Aan tafel zat haar vriend, en dat kon ook gewoon een vriend zijn. Zulke zaken vergeet ik altijd te vragen en daar sta je dan met je interview. Zijn naam heb ik natuurlijk ook niet gevraagd. Want we hadden andere zaken om over te praten. De dansvoorstelling van Jenneke werd immers begeleid door een uiterst bevreemdende soundtrack. Die jongeman had die soundtrack gemaakt. Eigenhandig, met een synthesizer en een sampler.
En dat klonk, die muziek. Achteraan de motorruimte van de Star Trek Voyager moet het net zo geklonken hebben. Ruwe data, fijne lijnen. Een verre drum die nadert. Ik heb hem dan maar overtuigd om alles op SoundCloud te gooien. Mocht je ooit zo willen dansen, dan zal ik je de link bezorgen.

door Jef Versmissen

DIVA BENINI - gildenhuis

Wat er aan creatieve breinen van kunstenaars kan ontspruiten, is me een half leven lang een raadsel gebleven. ‘Men’ beweerde dat het iets dubieus was dat benevens de maatschappij werd bedreven. Ervan uitgaande dat ik niet handelingsbekwaam zou kunnen zijn, oordeelde ‘men’ dat ik maar beter geducht kon zijn voor rare snuiters met een blanco curriculum vitae. En dat ik zeker moest uitkijken wanneer er één mij als zijn muze zou bezingen. Het heeft een poos geduurd vooraleer mijn zelfbewustzijn haar eisen begon te stellen... tot er twee kunstenaars, Jan De Schutter en Erik Van den Bulck, op mijn pad verschenen.
Je kan deze jongens bezwaarlijk de belichaming van verderfenis noemen, zelfs al versterken hun intuïtieve en creatieve breinen de filosofie dat net in de risico’s van het bestaan de broosheid van het leven verscholen ligt. Waar de goegemeente voor elk mogelijk gevaar uitkijkt en oppast, kiezen Jan en Erik, aka Diva Benini, om te demonstreren in een uitgebrand Gildenhuis. `
Ben je een malloot als je kruiwagens en wereldbollen in de restanten van raamkozijnen hangt? Surf je op de golven van jeugdig optimisme als je een collage van tientallen foto’s maakt? Zal er ooit nog een vrouwmens interesse tonen als je niet lijkt te kunnen kiezen tussen meubelsculpturen, temporary art, trash/ecodesign, conceptuele kunst en performances? Het zal hun kunstenaarsbrein worst wezen.
Maar rechtschapen als deze kempenzonen zijn, meent Diva Benini het goed met het publiek. Ze zijn allesbehalve discreet in het laten zien van hun kunnen. En geen spriet op hun artistieke brein denkt er aan om zich te verschuilen achter enige vorm van elitarisme. Eerlijk en oprecht.
Kom kijk smelt. Meer moet dat niet zijn.

door Liesbet Helsen

MET MIJ NIETS AAN DE HAND!
Door de spoorwegtunnel aan het station gejogd.
De muur was gekarteld
en bezaaid met bloempotten.
Juhla bezocht.
Een rode vogel sprong
van het kunstwerk links
in het kunstwerk rechts.
Licht flikkerde aan de nachtelijke skyline.
Zonnecirkels zweefden boven Monet.
Maandag naar de oogarts geweest.
Met mij niets aan de hand.
Tip: heerlijk optisch bedrog bij Juhla en in de spoorwegtunnel

door Jo Lamers

SUPPOOST IT!

Suppoosten is NIET saai
En al zeker niet in Art Center Hugo Voeten.
De tijdelijke expo van Tom Liekens en de STORMLOOP-etage staan onder de auspiciën van de immer goedgemutste Heylen-sisters. De briefing kon niet duidelijker. Naar boven met trap of lift. Alsook naar beneden met trap of lift.
NIVEAU 9
Eerste verrassing van de dag was onze mede-suppoost. Die mevrouw kenden we ergens van. Was dat niet Colette, de oprichtster van Colruyt? Of tenminste: dat dachten we, tot ze onlangs met pensioen ging en Colruyt bleef bestaan.
Colette nam niveau 9 voor haar rekening. Zij had chance want zij werd een namiddag lang opgenomen in het bonte universum van Tom Liekens. Zij kon onder hondengeblaf en hoorngeschal met haar jachtgeweer ronddollen in de kleurrijk geborstelde bossen van de meester-schilder. Liekens is gefascineerd door het jachttafereel in de schilderkunst door de eeuwen heen. Dat treft, want Hugo Voeten zaliger was een man van de jacht.
Moe van al dat jachtgeweld, kon Colette zalig verpozen op het zonnige dakterras van de architecturale parel aan de kroon van de Kempen.
NIVEAU 3
Ons stonden andere noten te kraken. Wij namen niveau 3 voor onze rekening, waar we plots zomaar oog in oog stonden met twee van de aldaar exposerende kunstenaars. Ze waren fris gewassen, glad geschoren en hadden opgeblonken schoenen. Waren ze wel echt? En hoe! Dany Tulkens liet bronzen boskoppen en andere hellemonsters op ons los. Bart Ramakers stopte ons in automaten ter verbetering van de wereld. En we waren ons nog volop naar het opperste geluk aan het fietsen toen de eerste bezoekers al binnendruppelden.
Waar was onze STORMLOOP-zweetband? In één zwierige zwaai draaide ik hem als een volleerde specialiste haartooi rond de dot van mijn collega-suppoost Veerle terwijl ik - de noeste stofzuigarbeid van vrijwillige Dave indachtig -
de kruimels van mijn broodje met één voet onder mijn suppoostenstoel veegde.
Net op tijd. In een aura van blauwe inkt trad hij binnen. Dali-gewijs gekrulde snor, op het juiste formaat geknipte baard, artistiek in het pak gestoken: Gert De Keyser. Dit moest de geniale Bic-man zijn, de man achter al dat hemelse blauws aan de muur.
Kon deze dag nog memorabeler worden? Wij dachten het niet.
Tot de liftdeuren ineens heel traag openschoven, veel plechtstatiger dan normaal. Ter aankondiging van iemand die wij heel hoog achten: zijne excellentie Luc Janssen zomaar ineens op niveau 3 van Art Center Voeten!
Suppoosten is NIET saai!

door Jo Lamers

KUNST - wat ook dat is STORMLoop
Ja, maar Jef, als ik die blog lees, dan zijn jullie precies altijd aan het feesten.
Kreeg ik vandaag te horen. Maar dat klopt natuurlijk niet. Het blogteam van STORMLoop is altijd onversaagd onderweg om alle activiteiten zo objectief en subjectief mogelijk te bespreken. Om die reden vertrokken mijn sponsor en ik die middag met onze fiets naar het impressionante Art Center Hugo Voeten. Dat bleek een kopstoot van het kaliber Zinnedine Zidane.
Het Art Center baadde in een sfeer van vrijgevochten zielen. Op de zolder kon je zo de jachttrofeeën van Tom Liekens bewonderen, en kreeg je onvoorwaardelijk zin om een lidkaart van GAIA te kopen. We daalden af naar de derde verdieping waar naast de indrukwekkende sculpturen van Dany Tulkens, zeker het werk van Bart Ramakers mijn psycho-brein aantrok. Machines die zorgen naar de kosmos schieten, of modelmensen fabriceren, of talenten in handige flessen bottelen, ... ik word klant!
Terug op de fiets en naar de boot om een postkaart van het moordverhaal op te pikken. De kunstenaars op de boot worden door een andere blogger besproken, geen zorgen! Vandaar verder naar de villa van Harry en Olga, iedereens favoriete society koppel. Stiekem om het werk van een van mijn favoriete kunstenaars Michel Van Grieken te bewonderen, maar natuurlijk ook om de garage voor de Ferrari van Harry te bewonderen. En natuurlijk ook altijd fijn om André Van Hove aan het werk te mogen zien.
Vervolgens trokken we naar de kapel van het Scheppersinstituut. Mooi werk, mooi gebouw, ook die afgebroken pissijnen. Ondertussen de rem van mijn fiets overgetrokken, dus bijna de Sint-Waldetrudiskerk binnengereden, maar net op tijd gestopt zonder over Peter Snijder zijn tenen te rijden. En gelukkig maar, want het werk van Peter is topwerk dat in de sacrale omgeving van een kerk volledig tot zijn recht komt. We waren overdonderd.
Toch nog net de moed gevonden om de huisjes in de Kerkstraat te gaan bezoeken. Daar was ik zeer blij om. Niet enkel omdat ik er het werk van Mia Verhaert en Maarten Vansina mocht ontdekken, maar ook gewoon over de hele artistieke sfeer die er heerste. Het werk van Marc Eelen was waanzinnig, grappig, bloederig en staat in mijn favorietenlijst, die ondertussen al vrij lang is.
Want ook Leda Vaes' schilderijen van handen staan op die lijst. Weergaloos. En dat zeg ik niet omdat we al twee nachten op stap zijn met elkaar. En met haar vriend Roel Stels, wiens katapult aan de Chapelle ons de nacht voordien naar een ander universum had geschoten. Topvent.
Op de fiets dan maar naar de Lakenhal. Opnieuw topwerk van Tom Liekens, maar de sponsor was vooral onder de indruk van Lutgart De Meyer met haar prachtige lichtinval, en van Jef Mostmans zijn hoogstaande en fijnzinnige houtwerk.
Toen kregen we honger. En ik dorst. Dus nu lasagne, zo dadelijk een tripel.
Tot later!

door Jef Versmissen

BISE
Beklijvende kleuren en klanken
wervelende tuimelingen, buitelingen
brons, pastel
huidskleur bleek en broos
bezwerende klanken trilden
door het grijze gruizige lompige kot
en toverden ons in trance.
De duif in de nok stopte met kirren en zag ook dat het goed was, Jef.
Jo
TIP: Dansvoorstelling Bise, echt niet te missen!

door Jo Lamers

BISE + DJ SON D'OR

Die avond ontvingen we vrienden uit Antwerpen. Wij dus naar de lompenfabriek. We waanden ons in Klein Berlijn en die Vibe gin tonic deed daar alleen maar goed aan. Voor de dansvoorstelling Bise namen we nog even de tijd om de expo in de lompenfabriek te bezoeken.
We werden overweldigd door brutale, eerlijke kunstwerken die de ruwheid van het gebouw in hun eigen identiteit opnamen. Als techno-liefhebbers waren we natuurlijk dadelijk fan van het werk van Natural Warp, waar je via een 3D-bril in een caleidoscopische wonderwereld werd ingezogen. Een tip voor een trip!
Ondertussen stonden de dansers van Bise klaar en moesten we het werk van Bart Vankrunkelsven voor een latere dag bewaren. Maar zijn werk kennende, zullen we alvast opnieuw gigantisch onder de indruk zijn. Bise dus, de dansvoorstelling. Als cultuurbarbaar die enkel danst op house en techno, is moderne dans voor mij even inheems als bananen op Mars. Maar het werk van Min Hee Bervoets sloeg die avond een gat in mijn onwetendheid. Wat een werk!
Dansers baden in een zee van licht. Ze vallen, stoten elkaar af, maar kunnen niet zonder elkaars steun. Ze verdoemen elkaar tot zichzelf in eindeloze cirkels van variaties op deze universele thema’s. Op de achtergrond klinkt een krakende bluesgitaar, een misthoorn en een doodskreet. Neen, deze dans is echt wel de laatste.
Met een afgepeigerde ziel onder onze arm trokken we dan maar naar de Chapelle. Het optreden van Wanthanee hadden we gemist (maar daar gaat een collega-blogger het nog over hebben), maar we moesten toch ook DJ Son d’Or beluisteren. Die begon kalm aan zijn set met de betere 80’s-muziek en liet die geleidelijk aan over gaan in het betere techno-werk. Iedereen op de dansvloer en de armen omhoog! We dronken bier en lachten om het leven. We waren gelukkig.
Het was dus weer een mooie STORMLoop-dag en -nacht. Nu wat rusten, morgen terug naar het bal.

door Jef versmissen - foto's Dirk Wouters

stormLOOPt - urban run

Die zaterdagochtend startte met een lichte kater die we hadden binnen genomen op onze terugtocht van Boothuis Brauhaus vrijdagnacht. De kater was licht genoeg om euforisch te beseffen dat we vandaag aan de juiste kant van de geschiedenis zouden staan. Aan de kant van de seingevers, dat is.
We vertrokken naar de foyer van ‘t Schaliken waar allerlei sportieve lieden in trainingspakken van alle tinten roze en mauve naar afzakten voor de urban run StormLOOPt, het officiële openingsmoment van STORMLoop. Maar wij hadden geluk en kregen naast een geel hesje om onze schouders en een Belgische vlag rond onze arm, ook nog allemaal een plakkaatje om het verkeer te regelen. De dag kon niet beter beginnen.
Alzo kregen we van de organisatie de opdracht om de openbare orde op de rotonde aan de Olympadelaan te vrijwaren. Mijn sponsor en ik, beide met ons plakkaat, ons hesje en onze Belgische vlag. En wij wachten op de eerste loper. Gelukkig hadden we een pistolet met kaas van Ivo gekregen, dus dat was gezellig.
Maar onze tête-à-tète duurde niet lang. Al snel zagen we aan de horizon de eerste lopers aan komen spurten. Onmiddellijk legden we het verkeer op de binnenring stil. Al snel volgde de grote baan en later bij benadering ook de Zuider- en delen van de Noorderkempen. Safety first, dus geen zorgen.
De automobilisten waren vriendelijk, ze zwaaiden, knikten en trokken hun t-shirts omhoog ter supportering van de eindeloze stroom atleten die hun weg zochten door de van vervreemding sidderende binnenstad.
Een klein woord alvast nog ter verontschuldiging van die mijnheer die heel de tijd op kop liep, maar die het wegwijzertje bij ons miste: aan de andere lopers hebben we wel gezegd dat ze bergaf moesten. Ik stel voor dat we dit door onze verzekeringsagenten laten regelen.
Ondanks dit kleine spatje op het harnas was StormLOOPt een schitterend en feilloos georganiseerd openingsevenement. We zagen alleen lachende gezichten, zeker na de nodige reanimatie, en mochten vroeger dan verwacht naar huis. Kon ik toch nog die pralines voor mijn sponsor haar Moederdag kopen!

door Jef Versmissen

stormLOOPt - urban run
Vandaag mag ik geen blauwtje lopen. Als het beetje sportief talent dat ik heb het niet waagt om me in de steek te laten, tenminste. Komaan, Liesbet! Kop op! Laat ik in de plaats daarvan klinken op mijn ongebreidelde ambitie om deze run uit te lopen. Normaliter ben ik positief van geest en tracht ik steeds de beste versie van mezelf te zijn. Dus, hup met de geit!
Toegegeven, een urban run heeft geen noemenswaardige plaats op mijn bucketlist, teneinde me voor pijnlijke ervaringen te behoeden. Maar deze urban run is in mijn geboortestad Herentals en het traject loopt langs plaatsen waar ik met veel nostalgie aan terugdenk: het Francesco Paviljoen waar ik driemaal per jaar met een slecht rapport en knikkende knieën naar huis vertrok, de oever van het Kanaal Bocholt-Herentals waar we als eersteleerjaarsleerlingen met meester Puls in de herfst kastanjes gingen rapen, de serres van de Broeders waar ik met een bonzend tienerhart en verliefde jeugdpuistjes naar de opendeurdag ging om de jongens waar ik zot van stond aan het werk te zien en de Lakenhalle waar ik mijn grote zus heb zien trouwen.
Als koele minnaar van de bewegingscultuur voel ik me een vreemde eend in de bijt. Bij de aanmelding in de foyer van 't Schaliken zie ik getrainde lichamen, professionele looptenues, hartslagmeters en smartwatches die elke anomalie van een getraind lijf detecteren. Ik sta ernaar te kijken in een legging gekocht in een confectiezaak, een ‘lefke’ met daarover een T-shirt en een hoodie van mijn man. De zweetband van Stormloop die ik bij mijn aanmelding krijg, geeft me vertrouwen en het gevoel dat ik er een beetje bij mag horen.
De tijd dat ik onnozel en naïef in Sinterklaas geloofde, ligt ver achter mij. En dat ik ooit nog blij zou zijn om de Heilige Man te zien, heb ik nooit als mogelijk beschouwd. Tot vandaag….. Ik zie een oude man met baard, mijter en staf. Ik zie nog een vreemde eend. Ik zie de Goedheiligman de run op gang trekken. Ik zie mijn kansen groeien. Ik voel vertrouwen. Ik loop!
Ik loop uit de put van 't Schaliken, ik loop langs het Hof, ik loop op de Markt alwaar ik gezwind naar supporters zwaai en ik loop de Lakenhalle binnen. Even wandelen tussen de werken van kunstenaars die ook moe moeten zijn van al hun werk. Ik voel verbondenheid. Voor ik het weet loop ik door het Besloten Hof, daal ik een trapje af en loop ik door een tunnel waar langs de andere kant mijn puberteit in de vorm van de speelplaats van het Francesco Paviljoen op me wacht. Tussen een hijg en een puf flitsen beelden van mijn jeugd door mijn hoofd. Het zijn spoken uit het verleden, zo blijkt, want de ijskar van Baeten die aan de Nonnenvest placht te staan, is er niet. Een paadje waarvan ik het bestaan niet wist, brengt me op de Kleerroos. Dan de klim naar de Ring, over de brug en door de fietstunnel richting de oever van het Kanaal Bocholt-Herentals. Mijn compagnon en route, tevens collega, vraagt om even te wandelen. Pas dan besef ik dat ik tot nu toe altijd heb gelopen. Een runner's high zal te hoog gegrepen zijn, maar ik voel een lichte euforie dat ik, veertigplus en ongetraind, toch wel een aardig stukje kan lopen.
Dat mijn vader menig veldcross en hele en halve marathons op zijn conto heeft staan, weiger ik koppig toe te geven. Niet mijn genen, maar mijn wilskracht, mijn conditie en mijn onverwoestbare optimisme liggen aan de basis van deze prestatie. Ik duik het Boothuis Brauhaus in waar ik etsen zie van de onderkant van het schip en kunstwerken van het Kunsthuis Yellow Art. Op het achtersteven krijg ik een welgekomen flesje water aangereikt. En vanaf dan loop ik verder langs de Broeders, over de Molenvest, door de Schoolstraat en betreed ik de Lompenfabriek. Een ruime, industriële site waar de wind door de openingen in het dak graag een spelletje tochten speelt dat ik, bezweet als ik ben, zeer kan appreciëren. Ik loop verder langs het station de Olympiadelaan op, daal af naar ’t Vlietje met zijn volkstuintjes, verder richting De Voorzienigheid, dan een stukje Begijnhof met daarachter het gloednieuw aangelegde park. En voor ik het weet sta ik terug aan de Lakenhalle.
Ik glim van zweet en trots. Bekende gezichten komen me feliciteren en zijn verbaasd dat ik loop. Ik poch met mijn niet trainen, met mijn gebrek aan loopervaring en mijn wilskracht. De felicitaties worden alleen maar groter….. dat ik er op den duur verlegen van wordt en de man eer die eer toekomt: mercie vader, voor de genen die je me hebt gegeven!

door Liesbet Helsen

DE LIER (oude brandweerkazerne)

Wij zijn gaan kijken naar de Stormloop. Met vertrek aan de oude brandweerkazerne waar het oude pronkstuk van de kiosk, de lier uit 1795, vanonder het stof werd gehaald en tentoon werd gesteld. Ter omkadering was er muziek. Een harpspeelster en een doedelzakspeler, type uit de tijd van Breughel. Prachtige muziek! En dan maar terugdromen naar de tijd dat deze prachtige kiosk het middelpunt was van de markt, waar iedere Herentalsenaar zijn plezier en ontspanning vond door de vele optredens. Ouderen vinden nog steeds: dit had nooit mogen verdwijnen.
Vervolgens stapten wij naar het vertrek van de Stormloop aan 't Schaliken, waar de start van de loop onder aanvoering van Sinterklaas op fiets vertrok.
Dan naar de Lakenhalle, het oude stadhuis, waar we werden uitgenodigd voor een drankje. Een prachtige tentoonstelling verwelkomde haar gasten. Een weerzien met iemand die op de wereldtentoonstelling van 1958 reeds te bekijken was, de 95-jarige Lutgart De Meyer. Dat was voor ons wel één van de sterkste stukken die tentoon werden gesteld. De tentoonstelling en de Stormloop naar de vele plaatsen is zeker aan te raden om naar te kijken wat de Herentalse kunstenaars te bieden hebben.

door René en Tilly

DIE EERSTE NACHT
We vertrokken die eerste STORMLoopnacht in de vroege uren. Te vroeg blijkbaar want mijn eega en ik kwamen bij Boothuis Brauhaus aan toen TMGS nog aan het uitladen was. Zo hevig stonden we dus. Doch niet getreuzeld, wij naar de Max, waar stylo-kunstenaar Bruno Daems zou exposeren. Maar die zat blijkbaar vast in het verkeer, dus betrokken we een plaats aan de toog.
Op dat moment stoof, in een grote wolk van omhoogvliegend puin, organisator Geert binnen, met een gsm in zijn ene hand en een oplader in zijn andere. Hij stak zijn gsm in, nam mijn gsm en belde verder. Het was dus nog vrij druk op dat moment. We gaven Geert een pint en de stofwolk daalde iets of wat. Geert bracht duidelijkheid over het programma van STORMLoop, dat alvast voor afgestudeerden in de kernfysica geen geheimen meer kende.
En toen kwam Bruno Daems binnen. Met zijn balpentekeningen. Die tekeningen die ik enkele maanden geleden op een bierkaartje zag, en die Bruno voor STORMLoop vergrootte tot indrukwekkende portretten van hoogst onaangename personages, zoals ... zoals wie? Daar wil Bruno niets over kwijt.
Dan moet je maar rechtstreeks met hem discussiëren. Over het leven, over de zinloosheid van waarheden, over onze beperktheid als slimme idioot. Daarover dus. Zo is Bruno. De tekeningen zijn enkel gemaakt in stylo, maar kennen een diepte met veel schaduwen, en een duistere thematiek.
We waren verkocht en dronken bier. Bruno whisky, dan kon hij beter dansen, zei hij. Ik geloofde hem, ook al volgde hij ons gezelschap niet toen we even later verder trokken naar Boothuis Brauhaus, terug voor het optreden van TMGS.
Die band bleek raar en in goede doen. In de loop van hun set bleken ze soms meer The War on Drugs te zijn dan die groep zelf, maar die waren hun paspoort verloren, dus dat was geen enkel probleem.
Na het optreden bleef kunstminnend Herentals gezellig hangen op de boot. Er werd gelachen, gedanst en filosofisch gezwetst. Er werden vriendschappen gesloten en iemand predikte de revolutie. Ik hing aan de toog en zag dat het goed was.

door Jef Versmissen - foto Dirk Wouters