STORMLoop
De Lakenhal

Samen met de Sint-Waldetrudiskerk belichaamt de Lakenhal de lange geschiedenis van Herentals. Het gebouw, door de oudere Herentalsenaren bekend als 't stadhuis, prijkt op de lijst van het Unesco-werelderfgoed. In de oudste ons bekende bronnen - de eerste melding van het stadhuis dateert van 1421 - werd de door rijke wolwevers en lakenmakers gebouwde Lakenhal ook wel het "gulden huys", het "meethuys" of "loothuys" genoemd. Herentals was destijds dan ook een rijke stad.
In 1512 werd het gebouw, dat sinds het tweede kwart van de 15e eeuw reeds fungeerde als stadhuis, nagenoeg geheel verwoest door een brand. In 1534 was de Lakenhal weer volledig heropgebouwd. In die heropbouw prijkte voor het eerst het 35 meter hoge belfort, dat helaas niet toegankelijk is voor het publiek.
De beiaard van de Lakenhal werd een feit ergens tussen 1541 en 1551. De huidige beiaard bestaat uit niet minder dan 50 klokken, met de 800 kilo zware Mariaklok als veruit het grootste zwaargewicht. Samen zijn  de klokken goed voor vier ton.
In 1880 werd de Lakenhal grondig gerestaureerd door architect Taeymans en tien jaar later begonnen grootschalige werken aan de stadhuistoren, die pas veertig jaar later definitief werden afgesloten.
Dat u dankzij de Lakenhal ook steeds weet hoe het laat het is, dankt de stad aan Louis Zimmer (wel degelijk die van de Zimmertoren), die in 1930 het torenuurwerk elektrificeerde. Acht jaar later kreeg het gebouw de titel van beschermd monument.
De Lakenhal, sinds 1998 officieel zo genoemd, herbergt ook een museum: het Fraikinmuseum, goed voor 94 beelden van de beroemde Herentalsenaar. Nu het gebouw geen administratieve functie meer heeft, doet het vooral dienst als decor voor socio-culturele evenementen. Uiteraard is STORMloop hier ook aanwezig.

 

De Voorzienigheid

De oudste kern van De Voorzienigheid gaat vermoedelijk meer dan 300 jaar terug, tot 1688. Het gebouw zoals we het nu kennen en zijn uitbreidingen, zijn het werk van architect G. Puissant en dateren van de late jaren 1930.
Sleuteldatum voor het complex is het jaar 1904, toen zuster Marie-Berchmans met haar zuster, begijntje Godelieve Pauwels, er een weeshuis startten. Het gebouw werd destijds aangekocht voor de som van 44.000 frank, en wat je ook van het Spartaanse regime in het weeshuis mag vinden, de opvang van weeskinderen was voor de regio een Godsgeschenk.
In 1933 werd ook de Wolfabriek aangekocht, die tot de Franse Revolutie als klooster de Minderbroeders Observanten huisvestte. Dat die Wolfabriek op gewijde grond stond en in 1885 door een brand werd verwoest, was voor de gelovigen onder de Herentalsenaren het bewijs dat "gewijde grond niet gedijt".
Vijf jaar later ontstond het nieuwe weeshuis, dat de naam 'Instituut van de Voorzienigheid' kreeg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zag het complex een tijdje zijn bewoners vertrekken. Uit angst voor de Duitse bombardementen ondernamen de zusters en de wezen een epische en heroïsche vlucht naar het zuiden van Frankrijk.
Na de grote wereldbrand werd het weeshuis om evidente redenen - waaronder verminderde armoede - een internaat en zorgden de zusters voor meisjesonderwijs, oorspronkelijk vooral gericht op praktische vaardigheden. In 1967 werd het internaat afgeschaft en in 1969 werd de 'Voorzienigheid' een kinderdagverblijf. De tijden waren intussen drastisch veranderd en in 1974 werd een nieuwbouw neergepoot, dit wegens de verplichte scheiding tussen school en klooster.
Naar aanleiding van herontwikkelingsplannen voor de aanpalende site is in 2016 een archeologisch onderzoek gebeurd door Studiebureau Archeologie. Het Instituut is inmiddels opgenomen als archeologisch erfgoed.
Kapel Scheppersinstituut

Over deze locatie is weinig geweten, ook bij de nog levende paters. Ondanks onze massale oproep op sociale media en ander onverwoede pogingen om de archieven van de stad Herentals te kraken, hebben we geen info hierover gevonden.
Mocht je nog sappige verhalen kennen over deze kapel, of de bioscoop die er was, mag je het ons altijd laten weten via info@stormloop2019.be
Boothuis Brauhaus
Aan Sas 10 op het kanaal Bocholt-Herentals, beter bekend als het Kempisch Kanaal, ligt de jongste telg van de zeven hoofdgebouwen. Boothuis Brauhaus is echter geen gebouw, maar een schip dat toch ook al een behoorlijke geschiedenis heeft. Het schip, dat de voorbije jaren al enkele keren voor enige muzikale opwinding zorgde aan 't klein Saske, werd in 1923 gebouwd. Ter info: het kanaal zelf werd aangelegd in de periode 1843-1846.
Het schip werd onder de naam Johanna gebouwd op de werf in het Nederlandse Sliedrecht, is 50 meter lang, 6,6 meter breed en 4,4 meter hoog. Het heeft een diepgang van 127 centimeter. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging Johanna - vermoedelijk bewust - kopje onder om uit de handen van de nazi's te blijven.
Op een kleine eeuw tijd veranderde Johanna vaak van naam (Fatima, Emmanuele, ja inderdaad)  en vervoerde ze erwtjes, zand, rollen staal, … In 2008 kwam het schip, op dat moment Batavia genoemd, in handen van de huidige eigenaar, Tom Dries. Die kocht het Boothuis twee jaar na afgestudeerd te zijn als Meester in de Beeldende Kunsten, Grafiek.
Na veel wee en uiteindelijk ook wel heeft Johanna een veel aangenamer bestemming gekregen dan lastezel-op-kanaal: op het Boothuis vinden regelmatig party's, tentoonstellingen, productvoorstellingen, workshops en optredens plaats, en dit van Luik tot Gent. Eigenaar Dries is intussen met zijn boot al elf jaar onderweg naar overal en nergens.
Art Center Hugo Voeten

"Het Moma aan de Nete" kopten de kranten toen in 2012 het Art Center Hugo Voeten zijn deuren opende. Dat de kunsttempel eigenlijk op de oever van het Kempens Kanaal ligt nemen we voor lief. Het museum is gevestigd in de voormalige Graanfabriek Deckx, dat in 1950 werd opgericht. De fabriek verwerkte graan tot dierenvoeding en na een tijd raakte ze bekend als de 'Herentalse Bloemmolens'. De activiteiten stopten in de jaren 1970 en het gebouw stond meer dan dertig jaar leeg.
De gerestaureerde graanfabriek biedt sinds 2012 onderdak aan de private kunstcollectie van wijlen ondernemer Hugo Voeten. Verspreid over 5000 vierkante meter tentoonstellingsruimte kunt u er meer dan 450 kunstwerken bewonderen. De collectie omvat eigenzinnige keuzes uit klassieke en hedendaagse Belgische kunst, met onder meer werk van Masereel, Delvoye, Rodin en Christo. Een bijzondere plaats in deze collectie is gereserveerd voor de verzameling Bulgaarse kunst, die de grootste en de meest representatieve buiten Bulgarije is.
Galerie STORM
In de negentiende eeuwse, industrialiserende wereld is Herentals een geïsoleerde stad. Ze is enkel bereikbaar langs de wegen naar Geel en Lier. Ondertussen duikt overal in het leven van alledag metaal op. De smidsen krijgen het druk om de grote vraag naar metaal het hoofd te bieden.
Geschoold als smid en bankwerker is August Van Aerschot in staat om zowel het ijzer te smeden wanneer het heet is, als het koudweg bijvijlen op de draaibank. Met een knecht en een hondenmolen als drijfkracht richt hij in de Nonnenstraat een smidse in. Enkele jaren later, in 1856, is August in staat om een stoommachine te kopen waarmee hij ijzer kan gieten. De ijzergieterij en smederij ‘Forges et Fonderies de la Campina’ is daarmee een feit.
Hekwerken, lantaarnpalen, poorten, tabakspersen en linnenmachines worden er gemaakt. Daarnaast levert de ijzergieterij van Van Aerschot ook artistiek smeedwerk, zoals grote kruisbeelden die nog steeds menig kerkhoven sieren, en muziekkiosken waaronder de in de jaren 1960 verdwenen kiosk op de Grote Markt.
Vanaf de jaren 1860 stroomt, in de vorm van het Kempisch Kanaal Dessel - Herentals, een belangrijke economische ader door Herentals. Van dat moment zal August Van Aerschot de bruggen bouwen. In tegenstelling tot andere smidsen, krijgt het metaalbedrijf van Van Aerschot internationale bekendheid.
In de twintigste eeuw doet de oude ijzergieterij nog dienst als opslagplaats voor de ijzerwarenwinkel van Toremans, die in de Bovenrij gelegen was. Vandaag is het pand eigendom van Geert Verbist, die er de kunstgalerij ‘Galerie STORM’ heeft. 'Den Biste' is natuurlijk ook gekend als mede-organisator van STORMLoop.
De Lompenfabriek

De Lompenfabriek, in de volksmond beter bekend onder een andere, minder flatterende naam, representeert het industriële verleden van Herentals. Het uitgebreide gebouwencomplex in de Markgravenstraat is onlosmakelijk verbonden met de familie Peeters, oorspronkelijke bewoners uit Rijkevorsel.
Het eerste gebruik van het complex dateert van 1872, toen overgrootvader Joseph van de huidige eigenaar, René Peeters, de grond gebruikte voor de overslag van hooi, stro en aardappelen van de buurtspoorweg naar de "ijzeren weg" te doen.
Victor Peeters, de grootvader van René, zette er in 1910 een fabriek op. Die was voornamelijk bedoeld voor de export naar de VS van lompen voor de fabricatie van balatum en vilt.
De oorspronkelijke fabriek was gebouwd in baksteen, maar na de eerste wereldoorlog werd zij de allereerste constructie van gewapend beton in de Kempen. Voor de tweede wereldoorlog was de lompennijverheid overigens, na kolen en staal, de grootste klant van de spoorwegen. Tijdens de tweede wereldbrand werd het complex een kazerne van de Waffen-SS, daarna een vliegtuigfabriek. Pikant detail: in 1942 moest het college ontruimd worden en de studenten verhuisden - tijdelijk - naar de lompenfabriek.
In zijn gloriejaren was het complex zowat de grootste werkgever in Herentals, met in de topperiode meer dan 200 werknemers. Dat was in de periode toen de lompenfabriek werd omgevormd tot een confectieatelier.  
Na een aantal faillissementen sloot de fabriek enkele jaren voor de eeuwwende definitief de deuren. Sinds twintig jaar staat het complex, ondanks zijn grote waarde voor het verleden én de toekomst van Herentals, langzaam te verkommeren. Vooralsnog wordt enkel een deel(tje) van de site gebruikt als onderdak voor een gebedshuis van de West-Afrikaanse kerk Faith Foundation Ministries. Een deel van het complex wordt momenteel gebruikt als parkeerplaats. Omdat dit complex uit diverse kleinere ruimtes bestaat, biedt de lompenfabriek nochtans heel wat (meer) mogelijkheden.Even werd er zelfs aan gedacht, het gebouwencomplex te gebruiken als nieuwe locatie voor de Stedelijke Academie. In onze 21e eeuw was de site al meermaals de basis van kunstactiviteiten. Logisch dus dat ook STORMloop er onderdak zocht en, met dank aan René, vond.